Google+Find us on Google+
  /  Uncategorized  /  College psychologie door Eveline Crone
Uncategorized

College psychologie door Eveline Crone

About Author
Michiel van den Anker

College psychologie
Kies je voor een leuke stad? Of toch die nuttige studie?
Om tot een goede studiekeuze te komen zou je twee afwegingen moeten maken, stelt hoogleraar Eveline Crone uit Leiden. Maar laat passie ook een goede raadgever zijn.

EVELINE CRONE26 AUGUSTUS 2015
Ken je dat gevoel, dat het supervervelend is om nu al te moeten weten wat je met je toekomst wilt? Dat je ouders, ooms en tantes precies lijken te weten wat het beste voor jou is? Nu je de keuze hebt gemaakt, hoeft niemand je meer te vertellen wat bij jou past, dat weet je gewoon.

Als 18-jarige met vwo-diploma op zak wist ik ook ‘gewoon’ wat ik wilde: studeren in Amsterdam. Welke studie het zou worden maakte me niet zoveel uit. Het werd psychologie, want ik vond het leuk om over de mens te leren. Achteraf gezien pakte deze weinig doordachte keuze voor mij heel goed uit, vanaf dag één was ik verkocht. Hoe komt zo’n keuze tot stand?

In de zomer wordt er geen college gegeven. Maar wel in nrc.next. Wij vroegen twaalf hoogleraren van verschillende universiteiten naar hun favoriete college voor eerstejaars studenten.

Vandaag: Psychologie. Volgende week: Ecologie
Daarvoor heb je twee dingen nodig: je moet bedenken wat je nu en in de toekomst belangrijk vindt, en je moet jezelf kennen. Wij hebben uitgezocht hoe de hersenen werken als jongeren precies deze afwegingen maken.

Eerste afweging: wat vind je belangrijk?

Allereerst: om te bedenken wat je in de toekomst belangrijk vindt, maak je vaak een afweging tussen wat iets oplevert op de korte termijn, en op de lange termijn. Als je bijvoorbeeld een keuze moet maken over wat je gaat eten, dan is een reep chocola of een broodje kroket misschien belonend op de korte termijn, maar een salade op de lange termijn. Als je gaat studeren, dan is een leuke stad of een gezellig studentenhuis aantrekkelijk op de korte termijn, maar een studie waar je goede cijfers haalt en die bij je past aantrekkelijk op de lange termijn.

De afweging tussen een beloning nu en een opbrengst later zien we goed terug in de werking van onze hersenen. Diep binnenin onze hersenen zitten subcorticale structuren. Dat zijn evolutionair heel oude hersengebieden, je ziet ze ook terug bij primitieve diersoorten. Een van deze diepgelegen hersengebieden, het striatum, speelt een rol bij het ervaren van allerlei soorten pleziergevoelens, zoals het pleziergevoel bij het winnen van geld, bij aardig gevonden worden, of erbij horen. Het striatum is in de adolescentie, de leeftijdsfase tussen 10 en 20 jaar, extra gevoelig. Bij jongeren van 16-17 jaar is het striatum op zijn piek wat betreft ontvankelijkheid; de hersenen van jongeren reageren dan het sterkst op pleziergevoelens. Veel activiteit in het striatum zorgt er vaak voor dat we kortetermijnkeuzes maken, waar de beloning direct in het vooruitzicht ligt. Maar het zorgt er ook voor dat we meer durven en sneller iets nieuws uitproberen.

Omdat de bekabeling nog wordt aangelegd maken jongeren vaak meer impulsieve keuzes
Kijk voor onderzoeksbevindingen op www.brainanddevelopmentlab.nl
Daarnaast is de prefrontale cortex belangrijk voor het maken van afwegingen op de lange termijn. De prefrontale cortex is het voorste gedeelte van de cortex, het gebied dat over de subcorticale gebieden (zoals het striatum) heen ligt. De prefrontale cortex zorgt ervoor dat mensen kunnen plannen, intelligent gedrag vertonen, over zichzelf nadenken in het heden, verleden en de toekomst en creatief uit de hoek kunnen komen.

Het is al lange tijd bekend dat de prefrontale cortex een van de laatst rijpende gebieden van de hersenen is. Bij jonge kinderen gaan hersenverbindingen in de prefrontale cortex als kronkelweggetjes nog alle kanten op, maar tussen ongeveer 10 en 25 jaar worden er steeds meer vierbaanswegen aangelegd. Een relatief nieuw inzicht is dat jongeren van ongeveer 16-17 jaar de prefrontale cortex heel flexibel kunnen inzetten. Ze kunnen bijvoorbeeld de prefrontale cortex goed gebruiken bij creatieve oplossingen bedenken, of out-of-the-box denken. Ze zitten in een spannende fase tussen kronkelweggetjes en de gebaande paden. De prefrontale cortex van jongeren switcht dus nog relatief vaak tussen korte- en langetermijnuitkomsten. Omdat de bekabeling tussen het striatum en de prefrontale cortex nog wordt aangelegd, maken juist jongeren vaak meer impulsieve keuzes dan volwassenen.

Nu is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat niet alle impulsieve keuzes slechte keuzes zijn. Het volgen van je passie kan bijvoorbeeld ook heel goed uitpakken, omdat je dan gemotiveerd bent en er echt voor wilt gaan. Toen ik ging studeren dacht ik nog niet veel aan de toekomst. Veel mensen in mijn omgeving die zich gedroegen als ‘externe prefrontale cortex’, adviseerden me om niet voor de studie psychologie te kiezen. Volgens deze raadgevers kon je er niet veel geld mee verdienen of carrière maken. Maar toch bleek mijn keuze, die alleen gebaseerd was op een gevoel, een goede keuze. Passie kan dus een goede raadgever zijn, het maakt dat je je kunt motiveren en kunt doorzetten, ook als het even moeilijk gaat.

Tweede afweging: jezelf kennen
Het tweede ingrediënt van een goede studiekeuze is: jezelf kennen. Het beeld dat je van jezelf hebt is belangrijk om erachter te komen waar je mogelijkheden liggen en waar je een passie voor hebt. Kennis over wie je bent wordt vaak onderzocht in capaciteitentoetsen, zoals of je goed bent in wiskunde of taal. Gedurende de adolescentie verandert de kennis over onszelf nog sterk, en dit beïnvloedt weer ons zelfbeeld. Jonge kinderen hebben vaak een heel positief zelfbeeld (‘ik ben heel goed op school, ik ben goed in sport’). Dit komt doordat jonge kinderen zichzelf vaak vergelijken met zichzelf eerder in de tijd (‘dit jaar kan ik beter lezen dan vorig jaar’). Gedurende de adolescentie wordt ons zelfbeeld meer gespiegeld aan anderen (‘ik ben minder goed in wiskunde dan Menno, maar beter in taal dan Jan’). Hierdoor krijg je een meer gebalanceerd beeld van jezelf. Om een goede studiekeuze te maken heb je dus goed inzicht nodig in je mogelijkheden.

Bij jezelf kennen hoort ook zelfvertrouwen. Jongeren met een lager zelfvertrouwen schatten zichzelf lager in op het resultaat van hun tests dan hoe zij daadwerkelijk hebben gepresteerd. Ik kan me nog goed herinneren dat mijn natuurkundeleraar op de middelbare school zei dat natuurkunde nu eenmaal niets voor meisjes is. Daar gaat je zelfvertrouwen natuurlijk niet van omhoog.

Sommige jongeren doen er simpelweg langer over om erachter te komen wat ze kunnen en om het vertrouwen te krijgen om hun passie na te streven. Dat is niet zo verwonderlijk als je weet dat er nog zoveel verbindingen worden aangelegd en veranderingen plaatsvinden in de werking van de hersenen tijdens de adolescentie. Ook moet je ervaringen opdoen om te weten waar je goed in bent. Een van de vragen waar wij ons nu mee bezighouden is te ontdekken hoe jongeren de balans kunnen opmaken tussen hun capaciteiten, zelfvertrouwen en hun passie.

Hier ligt dan ook onze uitdaging voor de toekomst. We zouden meer willen weten over hoe ons zelfbeeld precies onze studiekeuzes bepaalt, en hoe de hersenen hierbij werken. We zijn hier nu mee bezig in het Leids Brain and Development-laboratorium. Het beeld dat wij van onszelf hebben in termen van capaciteiten en zelfvertrouwen blijkt bij volwassenen sterk samen te hangen met verbindingen in de prefrontale cortex. We onderzoeken hoe dit werkt bij pubers en adolescenten. Hierbij spelen een paar prangende vragen. Is passie inderdaad een goede raadgever? Is training van je zelfvertrouwen terug te zien in de hersenen? Kun je op de middelbare school al een keuze maken over je toekomst? Overigens zoeken we nog jongeren tussen de 10 en de 22 jaar om mee te doen aan dit onderzoek. (www.juniorhersenen.nl). De resultaten zijn van belang voor het nog verder uitwerken van die keuze – die jullie nu spontaan, onder druk van anderen of uit passie gemaakt hebben.

12 HOOGLERAREN GEVEN COLLEGE IN NRC.NEXT

Prof. dr. Eveline Crone (1975) is hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Haar passie is om te ontdekken hoe de hersenen zich ontwikkelen van kindertijd tot volwassenheid.

Je kunt haar al tegenkomen als je gaat ‘proefstuderen’ in Leiden. Zij geeft verder colleges aan bachelor- en masterstudenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *